|
Neptunus
Diameter: 49.500 km
Massa: 17,23 * Aarde
Gemiddelde dichtheid: 1638 kg/m^3
Zwaartekracht: 10.95 m/s^2
Kleinste afstand tot de Zon: 4.428 miljoen km
Grootste afstand tot de Zon: 4.537 miljoen km
Gemiddelde afstand tot de Zon: 4.497 miljoen km
Omlooptijd om de Zon: 164 jaar 283 dagen
Omwentelingssnelheid: 16 uur 6 min 36 sec
Aantal manen: 8
Kort na de ontdekking van Uranus bemerkten de astronomen dat de planeet
van de baan afweek van die hij zou moeten volgen wanneer alleen de Zon
en de tot dan toe bekende planeten hun gravitatie-effecten erop zouden
uitoefenen. Men vermoedde dat de afwijkingen veroorzaakt werden door
een nog niet ontdekte planeet buiten de baan van Uranus. In 1846
ontdekte Urbain Leverrier Neptunus in de buurt van zijn voorspelde
positie, echter niet op een afstand van de Zon waar hij volgens de
Titius-Boderegel zou moeten staan. Reeds in 1795 was Neptunus door
Lalande waargenomen, die echter niet vermoedde dat het een planeet was.
Uit notities van Galileo Galilei is gebleken dat hij Neptunus reeds in
1612/1613 heeft waargenomen zonder deze als planeet te herkennen.
Neptunus is niet met het blote oog te zien maar door een kijker is de
planeet als een blauwgroene schijfje te zien. Neptunus bestaat
grotendeels uit waterstof en helium, met kleine hoeveelheden methaan,
ammonia en water. In de dikke dampkring komt relatief veel methaan voor
(die verantwoordelijk is voor de blauwgroene kleur). Deze atmosfeer
gaat geleidelijk over in het gasvormige/vloeibare inwendige.
Waarschijnlijk heeft de planeet een kleine rotsachtige kern.
Netunus
en Triton
Tot voor kort kende men bij Neptunus slechts twee satellieten: de grote
maan Triton (diameter 2700 km) en Nereïde (diameter 300 km).
Triton werd een maand na de ontdekking van de planeet ontdekt en heeft
een ijle dampkring die grotendeels uit stikstof bestaat. Het oppervlak
is bedekt met een dikke laag ijs van stikstof, methaan en water. Het
oppervlak vertoont weinig inslagkraters, dus is relatief jong. Vele
structuren wijzen op een soort 'vulkanische activiteit', waarbij
materiaal uit het inwendige naar buiten is geperst. Ook is er een
geiser waargenomen, waarvan het materiaal door de wind over grote
afstand wordt meegevoerd.
De vlucht van de Amerikaanse ruimtesonde Voyager-2 langs Neptunus
op 25 augustus 1989 bracht veel nieuwe feiten over deze planeet aan het
licht. Neptunus blijkt een zeer dynamische atmosfeer te hebben, met
windsnelheden van honderden meters per seconde. Er zijn grote
wervelstructuren, zoals de Grote Donkere Vlek (diameter 10.000 km),
zonale wolkenbanden en een ijle, cirrusachtige bewolking. Het
dynamische karakter van de atmosfeer hangt waarschijnlijk samen met het
feit dat er vanuit het centrum van de planeet tweemaal zoveel warmte
naar buiten stroomt als de planeet van de zon ontvangt.
De ringen van Neptunus
Voyager bevestigde ook het vermoeden dat Neptunus een systeem van zeer
donkere, smalle ringen heeft. Voyager ontdekte zes nieuwe satellieten
met diameters van ca. 50 tot 400 km op afstanden tussen 48.000 en
118.000 km van het planeetmiddelpunt. Twee van de zes bevinden zich
vlakbij de twee hoofdringen en houden die wellicht in stand.
|